Macrofotografie
Bij het fotograferen van bloemetjes en beestjes wil je al gauw heel dichtbij met je camera. Sommige camera bezitters hebben het al gemerkt, je foto's zijn vaak onscherp.
Als je scherp stelt op een onderwerp dat dichtbij je lens ligt wordt je lens uit de camera gedraaid. De oorzaak ligt in het brandpuntsafstand van de lens. Het voert te ver om de theorie helemaal uit te leggen (als daar behoefte aan blijkt te zijn, kan dat natuurlijk wel). We gaan ons dan direct richten op de oplossing.
Om dichtbij te fotograferen moet je lens dus verder zitten van het filmoppervlakte. Mensen met een camera met verwisselbare lenzen hebben hier een groot voordeel. Het enige wat je hoeft te doen is tussenringen te plaatsen. Dat zijn ringen, zonder techniek en zonder glas, die er voor zorgen dat je lens wat verder weg komt te staan en je dus dichterbij kunt fotograferen. Het is een, in vergelijking met een aparte macrolens, voordeliger om tussenringen te kopen.
 |
Voorzet lenzen
Het is ook mogelijk voorzet lenzen te gebruiken. Je geeft je lens dan als het ware een leesbril.
Autofocus en macrofotografie
Het is af te raden en de camera op autofocus te zetten. De afstanden waar op scherpstelt zijn zo klein dat de autofocus dit vaak niet, of net niet haalt. Gewoon met de hand scherpstellen op het onderdeeltje dat jij graag wilt, geeft de beste resultaten.
Bewegende onderwerpen (bloemen, blaadje, stengels)
Je zult ongetwijfeld merken als je bezig met met macrofotografie, dat het schepstellen vrij precies moet gebeuren. De minste verplaatsing van de camera of onderwerp zal onscherpte laten zien. Dus moet je je camera altijd op een statief plaatsen. Als je onderwerpen in de vrije natuur wilt maken, zorg dan voor een klein windschermpje.
Sluitertijd
Gebruik, vanwege de mogelijke beweging van je onderwerp, altijd een zo snel mogelijke sluitertijd. Omdat je met een snelle sluitertijd meer licht nodig hebt zal het diafragme meer open moeten. Nadeel hiervan is dat je een kleiner gebied hebt dat scherp wordt afgebeeld. Je zal in de praktijk hier mee moeten experimenteren en een manier vinden die jou het beste ligt. Je kan bijvoorbeeld de isowaarde van 200 op 400 of 800 zetten. Je hebt dan minder licht nodig, maar je krijgt wel meer ruis in je beeld. Dat is soms mooi, maar meestal niet.